Ik heb altijd parttime gewerkt omdat ik ook zelf creatief bezig wilde blijven. In de 70er jaren maakte ik wandkleden en vogelbeelden van textiel. Ook maakte ik gekleurde tekeningen waarbij ik beïnvloed ben door middeleeuwse miniaturen, vlechtmotieven van nomadische volkeren, islamitische ritmische mozaïeken, naïeve kunst, zondagsschilders en striptekeningen. Het ornamentale karakter in deze kunstvormen spreekt me aan.
  Toen ik in 1998 na 32 jaar onderwijservaring geveld werd door een zware burnout ben ik eerst gaan schilderen om een eigen stijl te ontwikkelen. Toen ik die gevonden had, heb ik twee prentenboeken voor kleuters gemaakt. Hierin heb ik thema’s verwerkt, waarvan ik wist dat ze voor kleuters interessant waren. Iedere bladzijde heeft een versierde rand waardoor het ornamentale karakter versterkt wordt.

 

 

– Dozenmonsters  

 

Uitgeverij Van Holkema en Warendorf.   ISBN 90 269 93498 2001

 

 

  In dit boek zitten thema’s als taart eten, stout zijn, ruzie maken, verkleden, bang zijn, rollen omdraaien en uiteindelijk even lekker knuffelen.
Het boek is geschikt om te gebruiken voor een creatieve verwerking in de groepen 1 en 2. Het fantaseren, spelen en werken met grote dozen is een gewilde activiteit bij kleuters.

 

 

– De Allesvreter 

 

Uitgeverij Van Wijland
ISBN 90 7728506-7; 2005

 

 

 

 

 

In dit boek zitten de thema’s techniek, tijdsstructuur in de kleuterklas, een ‘domme’ stagiaire, angst voor een ‘stofzuigermonster’, viezigheid en een geruststellende ontknoping.
Het boek is ook geschikt om in de groepen 1 en 2 te gebruiken voor een creatieve verwerking. Met name het verwerken van de spanning rond een ‘monster’ (de stofzuiger) spreekt kleuters aan.

 

 

In beide boeken heb ik als hoofdpersonen mijn eigen zoon Jeroen en zijn vriendinnetje Toma genomen. De beide moeders spelen ook een klein rolletje. Het was erg leuk om al mijn kleuterschoolervaringen en de kleutertijd van mijn eigen zoon in deze boeken vorm te geven.  

Ik dank ook de Marnixacademie (Pabo) die het mede heeft mogelijk gemaakt om deze boeken uit te geven. Alle stagescholen kregen deze boeken namelijk als dank voor het begeleiden van de stagiaires. De boeken zijn geschikt om voor te lezen in de kleutergroepen en er creatieve lessen aan te koppelen.

 

 

 

Ontdekking van het Mozaïek

 

 

 

 

 

 

Rond het jaar 2000 vroeg een vriendin me enkele gaasfiguren van dieren voor haar bloembindbedrijf te maken. Dat beviel me goed en ik begon 3D-gaasfiguren met papier-maché en verf of stof te bekleden. In die tijd maakt ik ook kennis met de mozaïek-techniek. De eerste mozaïekbeelden ontstonden door op de gaas/papier-maché-beelden mozaïek aan te brengen. Ik kende het kleurige werk van Gaudi, Niki de St. Phalle, Hundertwasser, Byzantijnse mozaïeken en de kleurige, strak geometrische mozaïeken in de moslimwereld. Allemaal spreken ze me aan door hun kleurige vormen, versieringen en ritmes. Ik werkte aanvankelijk met gekleurde tegels. Toen ik een grote gans maakte (De Wachter) bleek het lastig om overlappende veren te maken vanwege de dikte van de tegels. Als oplossing ben ik daarna met gekleurd glas gaan werken. Met het dunne glas zijn overlappende verenpakken beter uit te beelden (Garca Imperiale). Inmiddels was ik ook bekend geraakt met de tiffany-techniek. Dat bood nog meer mogelijkheden. Door glasstukjes aan elkaar te solderen kon ik uitstaande vleugels en staarten voor vogels maken. Ook in de vrouwenbustes die ik maak, komt deze techniekcombinatie regelmatig voor.
Daar waar ik het kan gebruiken combineer ik mozaïek ook met andere materialen zoals: boomstammetjes, kippengaas, stenen en gebruiksvoorwerpen.
Inmiddels is duidelijk waar mijn themavoorkeuren liggen. Dat zijn beelden van vrouwen en vogels.

 

 

– Vrouwen(bustes)

 

Ze zijn stevig en massief van vorm omdat ik als ondergrond een beeld van gaas maak. Vroeger bekleedde ik dat met papier-maché en tegenwoordig met pur-schuim. Dit voorkomt teveel detaillering en dat is nodig voor een mozaïekondergrond.

 

 

Ik leef me uit op hoeden en kleding. Stofpatronen, versieringen, ritmes van vormen en lijnen zijn de beeldtaal voor een ornamentale opbouw.
Doorgaans ontstaat er per vrouw een ander persoonskarakter dat al werkend ontstaat. Afhankelijk van het seizoen of mijn stemming.

 

 

 

 

 

 

 

 

– Vogels

 

 

 

 

 

In de vogels is de ontwikkeling gegaan van staan op een grond naar vliegen. Het oeroude begrip van hang naar vrijheid speelt hier ongetwijfeld een rol.

 

 

 

Ik heb een aantal leuke ervaringen met vogels gehad. Onder andere met een purperreiger en een kauw. Die komen dan ook terug in mijn werk.

Hun vormen, kleuren en verenpakken zijn erg divers. Daardoor een onuitputtelijke bron van vorm en kleur ideeën.

 

 

 

 

Het Mozaïekgilde

 

 

In 2006 werd ik lid van het Nederlandse Mozaïekgilde; een vereniging die het Mozaïek als autonome kunstvorm meer bekendheid wil geven.

 

 

 

Ik ontmoette hier een groep geestverwanten. Tot op de dag van vandaag vind ik het leuk om samen met de kunstenaars van het Mozaïekgilde activiteiten te ondernemen zoals het organiseren van tentoonstellingen, het samenwerken om meer ervaringen op te doen, te discussiëren en het maken van een overzichtsboek in 2009 in verband met het 5-jarig jubileum.
Op dit moment zijn we begonnen aan een grote klus, namelijk een boek over de geschiedenis van het mozaïek in Nederland, vanaf ongeveer 1880. Ook een nieuw overzichtsboek met de huidige leden van het Mozaïekgilde staat op stapel en moet uitkomen bij het 15-jarig jubileum.