In 1972 begon ik als docent op de Marnix Kleuterkweekschool in Utrecht. Hier is mijn belangstelling voor de kleuterleeftijd ontstaan. Dat is een periode met veel psychologische en beeldende ontwikkelingen in een korte tijdsspanne van ongeveer 3 à 4 jaar. De spontane naïeve beeldende uitingen van jonge kinderen, nog zonder de latere vast-staande cliché’s, spreken mij erg aan. Veel ontwikkelingen zijn zichtbaar in de kindertekeningen. Vooral ruimtelijk, motorisch, de ontwikkeling van het waarnemen en de creativiteit.

 

 

 

Ook de neerslag van rolpatronen in de tekeningen heeft me gefascineerd. Dit resulteerde in een onderzoek van 1000 kleutertekeningen, samen met mijn studenten, naar deze rolpatronen. Over mijn favoriete aandachtsgebieden creativiteit, ruimtelijke ontwikkeling en rolpatronen heb ik in het blad De wereld van het Jonge Kind enkele artikelen geschreven.

 

Begin jaren tachtig fuseerden de Kleuterkweek en de PA tot de huidige Pabo. Mijn aandachtsveld werd toen uitgebreid, nl de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Toch is de kleuterleeftijd altijd mijn favoriet gebleven. Al mijn onderwijservaringen heb ik uiteindelijk vorm kunnen geven in enkele tekenmethodes en artikelen.


 – Rolpatronen in Kleutertekeningen 

 

Het Jonge Kind. Uitgeverij Dijkstra september, oktober, november en december 1983.

  Dit onderzoek laat zien dat er duidelijke verschillen zijn tussen tekeningen van jongens en meisjes. Vooral het verschil in kleurgebruik, themakeuze en motorische beheersing vallen op. Het opmerkelijkst was het verschil dat één op de zes jongens geen kleur gebruikt in zijn tekening. Bij meisjes komt dit haast niet voor.

 


-Het Werkje    

 

De Wereld van het Jonge Kind. Uitgeverij Dijkstra  november 1992

   

 

 

Dit artikel is in feite een aanklacht tegen de onwil in het onderwijs om de beeldende creativiteit van kinderen ruimte te geven. Eindeloos moeten kinderen de clichébeelden van de juf reproduceren. Kleurplaten, bloemen, vlinders en tal van seizoensgebonden cliché’s. Alle (kleur)voorbeelden op internet hebben dit verschijnsel alleen maar erger gemaakt.

   

 


– Zoveel kinderen, Zoveel beelden: Spelen met verschillen 

 

–   SKVA Amsterdam  ISBN 90 71661083/cip  1991

 

 

 

De bedoeling van deze lessenserie voor kleuters was rolpatronen te doorbreken en thema’s te kiezen die aansloten bij de leefwereld van jongens, meisjes en allochtone kinderen. In deze serie ontdekte ik hoe leuk het is om techniek op kleuterniveau aan te bieden door bekende apparaten zoals, tv, geluidsinstallaties en de stofzuiger in de klas te halen. De kleuters willen alles uit proberen, aanraken en uit elkaar halen. De aandacht van de kinderen is enorm. Een voorwaarde voor goed onderwijs.

 


– Ruimtelijke begrippen in de kindertekening 

 

De Wereld van het Jonge Kind. Uitgeverij Dijkstra  maart, april en mei 1994   In deze serie artikelen beschrijf ik hoe de kinderen van groep 1 t/m 8 ruimtelijke begrippen als voor, achter, boven, onder, ver weg, dichtbij etc. in de loop van de jaren in hun tekeningen  veroveren. Deze ontwikkelingen zijn sterk leeftijd gebonden.

 


 

Af en toe deed ik naast mijn baan ook illustratiewerk.

O.a. voor het boekje Handstandjes en de methode Verder met Nederlands

 


– Handstandjes

 

Hand en vingerspelletjes voor kinderen. Hannie Kapteyn- Caron en Nanne Wilders Uitgeverij Intro.   ISBN 9026618131  1985  

 

 

Een boekje met gedichtjes voor peuters. Bij ieder gedichtje horen bewegingen met de hand en vingers. Zo wordt de taal ondersteund door de motoriek. Dit boekje is veel gebruikt in het onderwijs om de taal ontwikkeling te stimuleren.

 

 


– Verder met Nederlands  

 

Een methode Nederlands als 2e taal. Uitgeverij School Advies Centrum te Utrecht.

 

  De illustraties waren bedoeld om voor allochtone kinderen begrippen duidelijk te maken die in de teksten werden behandeld.

 


–  Moet je doen: Tekenen 

 

Uitgeverij Meulenhoff Educatief.   ISBN 28034145  2001

 

 

 

 

Moet je Doen is een pakket methoden voor 5 expressievakken in het basisonderwijs. Het werd ontwikkeld bij de SLO (Stichting leerplan ontwikkeling). Het bevat tekenlessen voor groep 1 t/m 8. 20 lessen per leerjaar met doorgaande ontwikkelingslijnen. Ik schreef een groot deel van de lessen en was coördinator en redacteur voor de andere lessen. In deze methode kon ik alle ervaringen die ik in de loop der jaren had opgedaan rond mijn vakgebied systematisch vormgeven en ordenen.